2009 - Verslag Nationale Beker (door Klaas Reus)


Foto: met dank aan Dirkje (bijna) vd Kolk en Jan Beltman

Zondag 15 november 2009
Het Bekerkampioenschap van Nederland werd, net als vorig jaar, het jaar daarvoor en ook het jaar daarvoor en eigenlijk al, als ik er zo even over nadenk, zolang ik me kan herinneren, in Alkmaar gehouden.

Zoals bekend mag zijn is een goede voorbereiding het halve werk.
Wij van de Prins zijn daar al maanden, zo niet jaren mee bezig. Wij zoeken het niet zozeer meer in het bijna dagelijks gooien op de mooie Haarlems banen. Dat kunnen wij onze geliefde bovenburen niet aandoen. Hoe wij het dan wel doen? Ik weet, ik laat je nu in de keuken van de Prins kijken en geef daar onze concurrerende clubs wellicht iets teveel wijsheid mee. Maar in het belang van de kegelsport in het algemeen moet dat dan maar een keer.  
 
Als je eenmaal weet dat het de bedoeling van het spelletje is om zoveel mogelijk kegels om te werpen. Dat je daar een bal met slechts een gat voor mag gebruiken. Verder weet je dat een baan vlak, hol of aan de mal kan liggen.

Ook staan er nog wat strepen op de baan. Allereerst de groene, die betekent niet veel meer dan: let op straks komt de rode streep. Voor die rode streep moet je de bal losgelaten hebben. Omdat dit erg inspannend kan zijn heb je ook nog een aantal meters om uit te lopen tot aan de laatste streep, die in sommige gevallen wit kan zijn. Wat ook niet onbelangrijk is, is dat er op elke bal een streepje staat.  Als je het streepje wat laat zakken gaat de bal naar buiten en als je het streepje wat hoger zet gaat de bal naar binnen. Dan is het alleen nog maar een kwestie van de bal elke keer op het zelfde plekje neer te zetten en de zwaartekracht verder het werk laten doen. Als je dat eenmaal onder de knie hebt vallen alle 9 kegels als vanzelf om. Tot zover dus niets nieuws onder  de zon zou ik zeggen.

Wat is dan het geheim van de Prins. Ik denk dat het een mentale kwestie is. Jaar in, jaar uit, elke woensdag weer of geen weer en of het nu Pasen of Pinksteren is, wij doen het kerstboompje. Clubcompetitie kennen we niet, doodgooiertje doen we niet meer aan, telefoonspelletjes we weten niet eens meer hoe dat moet. De kerstboom is bijna heilig verklaard. Op zich moet je al aardig sterk in je schoenen staan om elke woensdag bij het opstaan al te weten: Vanavond is het zover, De Kerstboom.

Het begint al met het kiezen van de teams. Niemand wil kiezen, meestal worden twee leden die nog aan de bar zitten als teamhoofd gekozen. Zij moeten dan zorgvuldig een team samenstellen. Altijd worden de personen die de vorige alinea nog niet helemaal doorhebben als laatste gekozen c.q. toegewezen. Dan kan het spel beginnen en niets lijkt er meer op dat we een vriendenclub zijn. Als je per ongeluk een 5 gooit is het hek van de dam (hoewel één vijf mag),om nog maar te zwijgen over het stukgooien van combinaties. Je wordt voor alles en nog wat uitgemaakt. Ook is men niet echt dankbaar voor het gooien van een negen als die totaal geen nut meer heeft. De rotte vissen vliegen over de tafel. Uiteindelijk wint er een team dat met veel tam tam gepaard gaat. De verliezers worden uitgejouwd en druipen af naar de bar om een consumptie voor de winnaar te kopen. Gelukkig kan ik goed tegen mijn verlies dus mocht ik toevallig een keer verliezen heb ik daar geen problemen mee. Mentaal word je zo sterk van dit spel. Je leert met spanning om te gaan, je leert om met herrie om je heen te gooien, je moet op het juiste moment toeslaan ook al is de druk nog zo groot. Het is bijna Spartaans maar de resultaten zijn er wel naar.

Zo ook afgelopen zondag. Jan had een gelukkige hand van loten. De Bargen, Nooit Gedacht en Acht om de Lange zaten in de andere poules. De eerste tegenstanders kwamen uit Delft. Om eerlijk te zijn had ik iets meer van ze verwacht. Piet en zijn mannen zijn normaal gesproken een tegenstander om rekening mee te houden nu werd het 8-2. De volgende club was de Koperen bal uit Alkmaar. Persoonlijk had ik het na 10 ballen nog niet zo gemakkelijk tegen mevrouw op den Brouw. Ik hoorde mijn ‘vrienden’ al lachen het leek wel een clubavond. Hier vond ik de mentale veerkracht en na 20 ballen bleek er geen vuiltje aan de lucht. Ook deze pot werd gewonnen. De derde club die we aan onze zegekar bonden was Acht om de Lange uit Zuidbroek. Resultaat eerste in de poule.

Omdat Jan zo goed bleek te kunnen loten mocht hij zich ook voor loting van de halve finale bij Bram melden. Nu kwam Nooit Gedacht uit de koker. Op zich hadden we liever onze vrienden uit Lochem gehad, maar goed hier moesten we het dan maar mee doen. Jan mocht het opnemen tegen Leo Tappel met 7 hout verschil kwamen de eerste 2 punten binnen. Toen Raymond, ook hij wist, door één hout meer dan zijn tegenstander te werpen, een ruime over winning te behalen 4-0. Onze derde gooier Klaas zorgde ervoor dat André en Fred niet voor niets meegekomen waren 4-2. André leek na 19 ballen op een eenvoudige overwinning aan te koersen. Helaas zijn knie zorgde voor zoveel overlast dat hij het nodig vond om de 20e bal eraf te werpen, 4-4. Onze afgooier Fred lag tot dan toe nog niet zo lekker in het kampioenschap. Hij moest tegen Joop, toch min of meer een angstgegner zoals de Engelsen zeggen. Jarenlang lagen zij in de verschillende toernooien erg dicht bij elkaar. Fred hervond zich met name in de 2e baan en wist 3 hout meer dan Joop te werpen 6-4 voor de Prins. Het was een zware strijd die we uiteindelijk door onze mentale kracht wisten te winnen.

Dan de finale. Onze vaste waarde Jan mocht het opnemen tegen medeprominent Bennie Rosier. Jan wist 168 hout te werpen en Bennie kwam op 170 uit 0-2. Dan Raymond, hij kwam uit tegen Bertus Paassen. Na 3 ballen paniek in de tent, Raymond kon zijn duim niet meer onder controle houden, hij bleef rechtop staan. Was het kramp? Was zijn duim uit de kom? Wellicht gekneusd of misschien wel gebroken. Raymond spoedde zich naar de EHBO, ondertussen moest Henk in allerijl zijn schoenen aantrekken en zijn bal zoeken. Gelukkig is Henk niet meer zo snel en was Raymond wonder boven wonder snel hersteld. Hij ging verder met waar hij mee bezig was, het werpen van negens uiteindelijk kwam hij op 173 hout tegen de 167 van Bertus, 2-2. Dan Klaas, hij mocht tegen Pierre Broersma. Ergens in zijn achterhoofd zat nog dat hij gelezen had dat Pierre 88,11 gemiddeld in hun clubcompetitie staat. Nou ja geen 90 in ieder geval. Klaas kwam op 174 uit, Pierre wist er 3 minder om te werpen. 4-2. Nu kwam de robot in actie tot op dat moment had hij nog geen 90 gegooid, dat ging hem te ver André gooide de eerste baan alles om. Hij bouwde zijn voorsprong rustig uit. Na 18 worpen miste hij slechts 1 hout wat een voorsprong van 5 hout opleverde. Nog maar 2 balen te gaan en het kampioenschap kon binnen zijn. 19e worp een 7, oei maar toch nog 3 hout voorsprong. Dan de laatste bal, ook die ging niet op de gebruikelijke wijze naar achter om alle kegels om te werpen. Het werd een 7, wat met één hout voorsprong ruim voldoende was om voor de 9e keer de beker in ontvangst te mogen nemen.  Fred gooide nog om des keizers baard tegen Rutger. Fred kwam tot 172 en Rutger zorgde voor de 6-4 door 175 te werpen.

Na de prijsuitreiking, de bloemen en het Wilhelmus nog even op de foto. Omdat er wel 5 supporters de moeite genomen hadden te komen en omdat onze penningmeester er niet was hebben we een allemaal een drankje van de Prins genomen. Ook de nieuwe pachters kwamen nog met een nootje en een drankje en voor we er erg in hadden was het rond de klok van 19.00 uur dat wij moe, voldaan en mentaal nog weer sterker naar Haarlem vertrokken.